Zorgprofessionals zijn getraind om signalen te zien. Bij patiënten, bij cliënten. Bij elkaar wordt het ineens lastiger. Je collega is toch degene die alles aankan?
Een paar dingen die ik, achteraf, herken bij mezelf en bij anderen.
Ze zijn er altijd. Nooit ziek, nooit een dag vrij zonder telefoon binnen handbereik. Vaak wordt dat gezien als toewijding. Het kan ook betekenen dat stilstaan te veel voelt.
De humor verandert. Wat luchtig begon, wordt scherper. Zelfspot slaat om in iets dat net iets te hard aankomt.
Ze vragen nooit iets terug. Altijd interesse in hoe het met jou gaat, nooit ruimte voor hoe het met hen gaat. Het gesprek gaat maar één kant op.
Geen van die dingen is op zichzelf bewijs. Maar samen zijn ze een uitnodiging om beter te kijken.
En dan het lastigste deel. Het bespreekbaar maken. Niet met een officieel gesprek of een protocol. Vaak is het al genoeg om, zonder oordeel, te zeggen: ik merk dat je de laatste tijd anders bent, hoe gaat het écht met je.
Die ene vraag, gesteld door iemand die het meent en niet meteen met een oplossing komt aanzetten, kan meer doen dan een heel beleidsplan. Dat weet ik uit ervaring. Aan beide kanten van die vraag.
Wanneer heb jij voor het laatst die vraag aan een collega gesteld, en gewacht op het echte antwoord?
Herken je dit binnen jouw organisatie?
Boek de keynote “Als ik maar voor de ander zorg…” voor jouw team of publiek.