Naar de inhoud

Wat ik leerde toen ik zelf in de zorg werkte terwijl ik zelf onderging

Van buitenaf zag mijn leven er in die jaren prima uit. Ik had een baan in de zorg waar ik goed in was. Ik zorgde voor mensen die dat nodig hadden. Ik was betrouwbaar, aanwezig, de collega op wie je kon bouwen.

Van binnen was het een ander verhaal. Ik droeg het verlies van mijn broer met me mee, de spanningen van mijn jeugd, het gevoel dat ik nooit genoeg was zoals ik was. Ik had geleerd om me stil te houden en te glimlachen. En dat bleek ook op de werkvloer een heel bruikbare vaardigheid. Niemand zag wat er onder de oppervlakte gebeurde. Ik zorgde daar zelf wel voor.

Ik dacht: zolang ik functioneer, gaat het goed. Zolang ik er voor anderen kan zijn, hoef ik niet stil te staan bij mezelf.

Dat hield ik vol tot mijn lichaam de rekening opmaakte. Op mijn 21e stortte ik volledig in. Pas toen, in therapie, in stilte, in het aankijken van mezelf in de spiegel, begon ik te begrijpen dat goed functioneren en het goed hebben twee heel verschillende dingen zijn.

Wat ik nu aan zorgprofessionals wil meegeven: je kan fantastisch zijn in het zien van anderen en tegelijk volledig onzichtbaar zijn voor jezelf. Dat is geen zwakte. Het is een patroon. En patronen kan je leren doorbreken, maar dan moet je hem eerst durven zien.

Ben jij, net als ik toen, degene op wie iedereen kan bouwen? Wie kan er eigenlijk op jou bouwen als het even niet gaat?

Herken je dit binnen jouw organisatie?

Boek de keynote “Als ik maar voor de ander zorg…” voor jouw team of publiek.

Manouk Schipper is spreker, auteur en ervaringsexpert. Meer over Manouk →